Groentips & Groeninfo

Wat te doen na de Buxus?

Buxusstruiken leggen op dit moment massaal het loodje en bestrijding lijkt maar heel beperkt te helpen.

We gingen te rade bij een groenexpert, Jan van der Velden van het Plantenpark aan de Raktseweg (tussen Deurne en Helmond).

Onder aan deze pagina staat alle informatie in een pdf, gemakkelijk om te bewaren of uit te printen.

Buxus wordt op dit moment op twee manieren belaagd en het ziet er op veel plaatsen heel slecht uit.

De ene aantasting is de schimmelziekte cylindrocladium buxicola. De aantasting begint met zwarte vlekken op het blad. Na enkele dagen vallen de aangetaste bladeren massaal af en er ontstaan zwarte strepen op de jonge twijgen. In principe kun je behandelen met aangepaste fungicides vanaf mei. Vooral extra opletten bij warme, vochtige periodes met veel neerslag.

Een veel lastiger aantasting is de buxusmot (cydalima perspectalis).

Felgroene rupsen, met een zwarte kop, die zich voeden met de bladeren van Buxus. Deze rups kan tot 4 cm groot worden (maar is in het jonge stadium veel kleiner en veel lastiger om te zien). Er zijn meerdere generaties per jaar. De buxusmot komt van oorsprong uit Azië (Japan, Zuid-Korea, China) en is sinds 2006 waargenomen in Baden-Württemberg (Duitsland) en bij Basel (Zwitserland), hoogstwaarschijnlijk met een importzending (boomkwekerijhandel met China) meegekomen. Daarna heeft de buxusmot in de afgelopen 10 jaar een gestage opmars door de rest van Europa gemaakt.

In het begin zijn de rupsen klein en is de schade moeilijk zichtbaar maar volwassen rupsen kunnen in korte tijd een plant volledig kaalvreten. Van ei tot verpopping (naar mot) duurt ongeveer 26 dagen. Op de aangetaste planten wordt een spinsel achtergelaten.

Bestrijden kan in principe door de rupsen weg te vangen, maar bij iets grotere heggen is dat praktisch ondoenlijk, je moet het bijna dagelijks doen. Zeker bij zware aantastingen is het noodzakelijk om met chemische bestrijdingsmiddelen te werken. Omdat de buxusmot meerdere cycli per jaar kent (en niet alle eitjes tegelijk gelegd worden), moet je dus het hele groeiseizoen blijven bestrijden. En omdat er steeds ‘verse’ buxusmotten van buitenaf je tuin in komen, blijft bestrijding noodzakelijk zolang je Buxus hebt, jarenlang.

Belangrijk is overigens dat je zorgt voor een goed biotoop in je tuin met veel vogels (de beste insectenvangers!), hang dus in de winter veel vetbollen op en strooi regelmatig vogelvoer, zodat vogels in je tuin blijven komen. Vogels zijn ook een prima natuurlijke bestrijders van de taxuskever, van engerlingen en emelten; ze zorgen voor een natuurlijk evenwicht in de tuin.

Maar, als je de buxusmot chemisch bestrijdt, is wel weer funest voor de vogels. Immers, de vogels eten van de bespoten rupsen, Dus is chemische bestrijding van de buxusmot (en zeker jarenlange bestrijding) niet zo’n goed idee.

Alles bij elkaar is eigenlijk de beste oplossing om de Buxus uit de tuin te verwijderen.

Als je eenmaal dat stevige besluit hebt genomen, komt natuurlijk de vraag: wat dan?

Stap 1: grondverbetering

Buxus heeft meestal al jarenlang op dezelfde plek gestaan, is niet al te veel bemest (want dan groei-ie zo hard) en dus is de grond redelijk uitgeput. Het beste is om een gedeelte van de oude grond te verwijderen en het plantgat aan te vullen met goede tuinaarde en compost, eventueel vermengd met turf en oude stalmest. Zorg in ieder geval voor veel humus in de grond (houdt het vocht goed vast) en voldoende voorraadbemesting.

Stap 2: keuze uit alternatieven

De groenblijvende alternatieven

Ilex crenata (Japanse hulst)

Ilex crenata is een goed alternatief voor buxus. De plant lijkt er inderdaad sterk op: groenblijvend, fijne donkergroene blaadjes, laat zich goed snoeien.  Een haagje, blok of bol creëren met Ilex crenata kan dan ook perfect. Het grootste voordeel is: de buxusmot lust deze planten helemaal niet! Maar Ilex heeft ook enkele nadelen. De plant groeit iets sneller en wat minder bossig dan Buxus, daardoor moet je wat vaker snoeien. Let ook op met het geven van te veel kalk, in tegenstelling tot Buxus is Ilex daar niet zo gek op. Ook mag Ilex niet te nat en niet te droog staan, het is (helaas) een plant die gewoon wat meer aandacht nodig heeft.

De variëteiten ‘Green Hedge’ en ‘Dark Green’ lijken het sterkst op buxus, maar ook Ilex crenata ‘Convexa’ is een goed alternatief, met als belangrijkste verschil dat de blaadjes een beetje gebold staan. De variëteit ‘Stokes’ groeit wat trager en blijft wat kleiner, en is daardoor erg geschikt voor kleine haagjes of lage bollen. De variëteit ‘Blondie’ heeft een mooie, goudgele gloed. En de soort ‘Golden Gem’ is dan weer geelbont van blad, en komt erg mooi tot zijn recht als bol of bodembedekker tussen andere groenbladige planten.

Een aantal andere Ilex-soorten

Ilex meserveae ‘Little Rascal’ -blauwe Hulst kan tot 1 m hoog worden. Het gladde, glimmende, gekartelde blad van deze Hulst is donkergroen tot blauwgroen. Heel goed winterhard.

Ilex maximowicziana 'Kanehirae' is ideaal te gebruiken als haagplant. De kleine bladeren zijn glanzend en donkergroen. Ilex maximowicziana 'Kanehirae' heeft zeer onopvallend witte bloemetjes in mei – juni dat gevolgd wordt door een klein glimmend zwart besje. Groeit op vrijwel alle grondsoorten tot een mooie haag.

Liguster

Liguster is een ‘oudje’, al ver voor de Tweede Wereldoorlog werd er Liguster aangeplant. Misschien is het nu tijd voor een revival! Net zoals de Buxus, heeft Liguster een klassieke uitstraling. Hoewel zijn blad een maatje groter is en een puntigere vorm, is het een prima buxusvervanger. Liguster is een prachtige, volle, semi-wintergroene haag die snel groeit en kan groeien in zowel zon, halfschaduw en schaduw. Veel toegepaste soorten zijn de Liguster ovalifolium of de Liguster atrovirens. Als je een keertje wat anders wilt, dan is de Liguster ovalifolium aureum een interessante optie. Deze heeft namelijk een mooie gele rand om het blad heen.

Het nadeel(tje) van Liguster is dat je wel twee keer per jaar moet knippen.

Lonicera nitida (Chinese kamperfoelie)

Een goedkoop alternatief én een snelle groeier. Dit laatste is dan ook het grootse nadeel: doordat ze zo snel groeien, moeten ze zeer regelmatig gesnoeid worden: zeker 3 of 4 keer per jaar als je een strak resultaat wilt.

De variëteit ‘Maigrün’ is iets frisser groen van kleur, groeit iets meer in de breedte, en blijft wat lager. ‘Elegant’ is iets donkerder, en groeit wat meer in de hoogte. Beide zijn sterke planten die weinig eisen stellen aan de grond waarop ze geplant zijn.

Taxus baccata

Taxus lijkt natuurlijk niet op buxus, maar het is wel perfect te snoeien in een mooie, volle vorm. Taxus is geschikt voor zowel kleine als grotere hagen, en groeit traag. Eén tot twee keer per jaar bijsnoeien is voldoende voor een strak geheel. Taxus groeit op elke grond, zolang die niet te nat is.

Prunus lusitanica Angustifolia

De Portugese laurier is een lauriersoort met een relatief klein, donkergroen blad en een hoge dichtheid. Het is een smalle wintergroene haag. De leerachtige glanzende eironde bladeren liggen in een dichte bezetting langs de roodgekleurde stengel. Hierdoor kan er makkelijk een vorm aan worden gegeven. In de lente geeft de struik mooie witte bloemen. Het is een relatief snelle groeier die zowel op een zonnige als beschaduwde plek kan staan.

Euonymus fortunei ‘Vegetus’

De Japanse kardinaalsmuts is een laagblijvende haagplant, geschikt voor lage, informele hagen. Gemakkelijk te verzorgen en goed winterhard en kan het hele jaar door gesnoeid worden. De oranje-rode bessen zorgen ervoor dat de Japanse kardinaalsmuts ook in het najaar een mooie uitstraling heeft. Bij strenge vorst kunnende bladeren wat slap gaan hangen, dit trekt na de vorstperiode weer weg.

Door lage maximale hoogte alleen geschikt voor lage hagen.

Cotoneaster dielsianus en franchetii

De Dwergmispel (Cotoneaster dielsianus) groei goed in zowel de volle zon als halfschaduw. Een opgaande heester met helderrode vruchten en een rode herfstkleur, prima tot een losse haag te knippen.


Cotoneaster franchetii is een in normale ‘s winters groenblijvende struik die 2 meter hoog kan worden. Hij vormt sierlijk overhangende twijgen met 2-3 centimeter kleine blaadjes. Die zijn glanzend groen met viltige onderzijden. De kleur van dat donslaagje kan variëren van grijs tot geelachtig. Het blad wordt op den duur donkerder. De planten bloeien lichtrood in juni, daarna verschijnen oranjerode vruchten. Prima tot een losse haag te knippen.

De bladverliezende alternatieven

Carpinus betulus 

De Haagbeuk groei goed in zowel de volle zon als halfschaduw. Het blad lijkt op de beuk (Fagus sylvatica), maar is meer geplooid en valt in de herfst helemaal af. Haagbeuk vormt sneller een mooie haag dan beuk.

Parrotia persica

Een brede struik met een mooie herfstkleur. De struik kan prima tot een losse struik worden gesnoeid (de planten zijn wel wat duurder, maar dan heb je ook wat!). Parrotia persica bloeit vrij onopvallend in de periode eind februari- medio maart met relatief kleine rode bloemen. De bloei is vrij kort. Na de bloei doosvruchten. Oudere exemplaren vormen een decoratieve bast.

Parrotia persica kan het beste aangeplant worden op een zonnige tot halfbeschaduwde plek in de tuin. Deze plant is zeer winterhard.

Acer campestre

De veldesdoorn is een boom of struik met fris donkergroen blad, geelverkleuring in de herfst. Geschikt voor brede lanen, vormboom, parken maar kan heel goed als haag worden toegepast. Op de takken vormen zich kurklijsten. Bloemen in brede trossen en geelgroen van kleur. Groeit op alle gronden en is niet windgevoelig.

Een echte mezenboom, de Veldesdoorn is een zogenaamde vuile boom / plant, trekt ontzettend veel insecten aan, waar mezen en ook andere vogels dol op zijn.

meer

 

 

 

06
Dec
De kracht van kruiden - Blik op de tuin no. 879
06
Dec
Kweeappels of kweeperen? - Blik op de Tuin no.  878